Bemande ruimtevaart naar sterren? Terugkeren is vrijwel onmogelijk.
- simon
- 14 jul
- 2 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 2 dagen geleden
In Venster in de ruimtetijd legt Isambard uit waarom bemande ruimtereizen in ons zonnestelsel reizen nutteloos zijn. De 4 rotsplaneten: Mercurius, Venus, Mars en Pluto, zijn bijzonder mensonvriendelijk en de overige gasplaneten onmogelijk om zelfs maar op te landen. De planeten en hun manen in ons zonnestelsel zijn ongeschikt voor bewoning.
Andere sterren lijken dus aantrekkelijk, maar daar begint het probleem.
De afstanden zijn enorm en worden gemeten in lichtjaren. Volgens Einstein kan niets met massa de lichtsnelheid bereiken. Je kunt die wel benaderen, maar nooit halen.
Neem de planeet Xania (uit het boek), op 52.000 lichtjaar afstand. Stel dat een ruimteschip constant versnelt met 1 g. Na enkele jaren nadert het 0,99% van de lichtsnelheid. Maar daarmee zijn we er nog niet. Om niet met bijna de lichtsnelheid langs Xania te schieten, moet het schip al jaren vóór aankomst beginnen met afremmen. Ook dat duurt, bij een constante vertraging van 1 g, meerdere jaren.
Voor de bemanning duurt de reis relatief kort. Door tijdsdilatatie verouderen zij ongeveer twintig jaar. Op aarde verstrijken ondertussen meer dan 52.000 jaar. Iedereen die ze kenden is verdwenen en de wereld is totaal veranderd. Tijdsdilatatie betekent: hoe sneller je beweegt of hoe sterker de zwaartekracht, hoe langzamer de tijd voor jou verstrijkt.
Daarna moet de terugreis nog beginnen.
Daarnaast zijn er praktische problemen: voedselvoorziening, onderhoud van het schip, effecten op het lichaam en de betrouwbaarheid van technologie over tientallen jaren.
En dit geldt alleen binnen onze Melkweg. Andere sterrenstelsels liggen nog veel verder weg.
Misschien is de toekomst van de ruimtevaart niet het vervoeren van mensen, maar het ontdekken van een medium dat afstanden overbrugt zonder de beperkingen van de ruimte zoals we die kennen.





Opmerkingen